Het klimaatbeleid is toe aan een adempauze | Frits Bolkestein

Obsessieve angst voor een klimaatramp leidde tot het nalaten van de gebruikelijke kosten-batenanalyse.

Met de uitkomst van de klimaattafels is het klimaatdebat een nieuwe fase ingegaan. Tot voor kort leek er grote steun onder de bevolking te bestaan voor een forse reductie van de uitstoot van CO2, dat vrijkomt bij de verbranding van fossiele brandstoffen en dat verantwoordelijk wordt geacht voor een bedreigende opwarming van de aarde. Maar deze steun bestond voor een klimaatbeleid waarvan de kosten noch baten bekend waren. Nu is daarover meer duidelijkheid.

Hoewel de plannen van de klimaattafels nog moeten worden doorgerekend, zijn van verschillende kanten berekeningen van de kosten gemaakt. Die variëren van enkele honderden tot duizend miljard euro voor de komende jaren. Deze cijfers hebben onder de bevolking een schokeffect teweeg gebracht. Immers, in de verkiezingsprogramma’s van de politieke partijen stond niets dat kon doen vermoeden dat Nederland dusdanig grondig op de schop zou moeten een verbouwing die wel met Mao’s ‘Grote Sprong Voorwaarts’ is vergeleken. En we weten hoe het daarmee is afgelopen.

Een van de tradities in het Nederlands buitenlands beleid is de wens om als voorbeeld of als gidsland te fungeren. Maar wat als andere landen de gids niet willen volgen, zoals thans het geval is met het klimaatbeleid?

De plannen van de klimaattafels zijn vooral voor de laagste inkomensgroepen een schok. Immers, energie is een basisbehoefte. Als die duurder wordt, treft dat de lagere inkomensgroepen onevenredig meer dan degenen die het breder hebben. Het netto resultaat werkt dus denivellerend. Als liberaal hecht ik misschien wat minder aan inkomensnivellering dan meer links georiënteerde medeburgers. Maar gezien de omvang daarvan en het feit dat het hier om een basisbehoefte gaat, ben ik daar in dit geval op tegen! Het blijft mij verbazen dat de voormannen en -vrouwen van links dit asociale bijeffect van het klimaatbeleid hebben verzwegen.

De klimaatdiscussie valt grofweg uiteen in een discussie over de wetenschappelijke grondslag en een discussie over het beleid. Wat dit laatste betreft gaat het onder meer over de beschikbare alternatieve energieopties, de vraag in hoeverre zij de huidige energiemix kunnen vervangen, de kosten van de verschillende opties, en wie de rekening uiteindelijk zal moeten betalen. Maar uiteindelijk gaat het natuurlijk over het klimaateffect van de astronomische bedragen die daarvoor zullen moeten worden neergeteld.

Uit de analyse door onafhankelijke deskundigen van de mogelijke alternatieve energieopties valt op dat we het met zonne- en windenergie niet zullen redden. Ze zijn duur en vergen een (fossiele) backup ter compensatie voor als de zon niet schijnt en het niet waait. Ook biomassa valt af, vanwege de hoge CO2-uitstoot bij verbranding en hogere kosten dan kolen, om nog maar te zwijgen van het verlies aan bos.

Een zeer inefficient systeem wat meer CO2 veroorzaakt dan het stoken van kolen

Bovendien zijn het bronnen die uitsluitend elektriciteit leveren, die slechts hooguit 20 procent van de totale energiebehoefte dekt. Andere opties, zoals geothermische energie, waterstof, enzovoort zijn nog slechts beloften, terwijl waterkracht wegens ons vlakke land niet in aanmerking komt. Wat windenergie betreft worden bovendien de aantasting van het landschap en de natuur, gezondheidsproblemen bij omwonenden vanwege laagfrequent geluid, waardedaling van nabij gelegen woonhuizen en dergelijke genegeerd.

Eén realistische optie, kernenergie, is tot dusver buiten beeld gebleven. Moderne kernenergie is veilig. Is die duur? Tot op heden behoorlijk, althans waar het nieuwe reactoren betreft deels vanwege extreme veiligheidseisen, deels ook omdat kennis en kunde verloren zijn gegaan die nodig is voor de bouw van kernreactoren. Maar met de bouw van nieuwe reactoren wordt deze achterstand weer snel ingelopen, waardoor de kosten in de nabije toekomst sterk kunnen worden verlaagd.

Hoe het ook zij, de officiële doelstelling van 49 procent CO2uitstootreductie in 2030 is helder, maar de weg daar naartoe allerminst.

Er is ook begrijpelijke kritiek op de verdeling van de lasten tussen de burgers enerzijds en de industrie anderzijds. Het zijn voornamelijk de burgers die worden belast, terwijl de industrie relatief uit de wind wordt gehouden. Maar deze discussie gaat eraan voorbij dat, indien de industrie hogere lasten zou moeten opbrengen, deze in de vorm van hogere prijzen toch uiteindelijk bij de samenleving de burger zouden terechtkomen.

In de tijd dat ik nog actief in de Nederlandse politiek was, gold het als goede gewoonte dat van elke voorgenomen beleidsmaatregel van tevoren kosten en baten werden geëvalueerd. Geobsedeerd door de angst voor de vermeende nakende klimaatcatastrofe, is dat voor het huidige klimaatbeleid achterwege gebleven. Thans worden we met de neus op de gevolgen van deze omissie gedrukt.

Cruciaal is de vraag waar we het allemaal voor doen. Verschillende onafhankelijke deskundigen hebben berekend dat het hypothetische want op basis van klimaatmodellen, die tot dusver onbetrouwbaar zijn gebleken afkoelingseffect van de Nederlandse klimaatinspanning op mondiale schaal aan het eind van deze eeuw zó klein zou zijn dat het niet meetbaar is. Zowel de Volkskrant als de NRC hebben deze stelling aan een factcheck onderworpen en kwamen tot de conclusie dat zij juist is. (Zie hier de details van deze factcheck.)

Over deze zaken bestaat onvoldoende duidelijkheid. Wél duidelijk is dat het beleid, zoals dat door de klimaattafels in de stijgers is gezet, tot grote offers, onrust en verdeeldheid leidt. In dit licht lijkt het verstandig een adempauze in te lassen in het klimaatbeleid, zodat we met nieuwe wetenschappelijke inzichten en de kosten-batenanalyse van de voorgestelde maatregelen tot een hernieuwde rationele evaluatie kunnen komen van wat ons te doen staat.

Bron: volkskant

Geef jouw reactie op dit artikel